Nalatenschap zonder erfgenamen in België: praktische gids

U ontvangt plots een brief van een genealoog, van VLABEL, FOD Financiën of een notaris, met de vermelding dat u ergenaam zou zijn in een nalatenschap waarvan u geen kennis heeft. Voor veel mensen is dit volledig onverwacht en komen er heel wat vragen naar boven. Een nalatenschap zonder gekende erfgenamen is eveneens voor notarissen en advocaten niet gewoonlijk. Dossiers zoals deze zijn vaak complex en tijdrovend. 

In deze gids leggen we helder uit hoe een nalatenschap zonder erfgenamen in België wordt behandeld en hoe het opsporen van erfgenamen in België verloopt. In het geval dat u verder advies wenst over uw dossier of de brief die u ontvangen heeft, kunt u gerust contact met ons opnemen; wij zullen discreet omgaan met uw situatie.

Er zijn verschillende scenarios. Het meest voorkomende is dat een persoon komt te overlijden zonder testament te hebben opgesteld. Deze persoon was ongehuwd, kinderloos en had geen broers of zussen. Wanneer hij komt te overlijden, komt zijn dossier bij de politie terecht, bij een notaris, een advocaat, de vroegere domeinen van de Belgische Staat of bij een andere betrokken partij. Elk dossier is verschillend. In eerste instantie probeert de notaris vaak om erfgenamen via het rijksregister terug te vinden, om zo de nalatenschap te kunnen vereffenen en verdelen. Maar aangezien het rijksregister voor de jaren 1970 meestal onvolledige of in sommige gevallen geen informatie bevat, zijn opzoekingen naar verdere familieleden in de meeste dossiers via dat kanaal onmogelijk. Het dossier kan dus niet verder, en kan zo jaren geblokkeerd blijven.

Eenmaal het dossier niet meer vooruit kan, heeft de notaris verschillende opties: de gelden doorstoren naar de deposito en consignatiekas, of een genealoog aanstellen voor het opsporen van de erfgenamen. In het eerste geval zullen de gelden na een bepaalde tijd naar de Belgische Staat gaan, aagezien men denkt dat er geen erfgenamen zijn (dit kan dus ook gebeuren als er eigenlijk toch verre familie bestaat, die nooit opgespoord is geweest). In het tweede geval zal de verre familie opgezocht worden door een erfrechtelijke genealoog, zoals Geritance.

Erfgenamen worden opgezocht dankzij genealogische opzoekingen. Hiervoor worden gemeentelijke archieven geconsulteerd. De eerste akte die we opvragen tijdens een erfrechtelijke opzoeking is de geboorteakte van de de cujus (de persoon die overleden is in het dossier). Op deze akte zal er namelijk informatie staan over beide ouders. Afhankelijk van het geboortejaar kan deze akte online of in het archief gevonden worden. Geboorteakten ouder dan 100 jaar zijn vaak online beschikbaar. Maar de meeste van onze dossiers zijn recenter, en hiervoor moet er dus een specifieke aanvraag gedaan worden bij de gemeente waar de persoon geboren is. 

In een volgende stap zullen de belangrijkste bron van onze opzoekingen de bevolkingregisters zijn. Deze registers, ingevoerd in de jaren 1850, vormen een grote bron aan informatie. We kunnen er de familiesamenstelling terugvinden van een persoon, van welke gemeente hij komt en naar welke gemeente hij werd afgeschreven. Deze registers leiden ons soms naar veel verschillende gemeenten, en zelfs naar andere landen, om zo de afstammelingen van een persoon te kunnen bevestigen. 

De akten van de burgerlijke stand, geboorte-, overlijdens-, en huwelijksakten, de bevolkingsregisters en het rijksregister (indien onze opdrachtgever er toegang tot heeft en bereid is te helpen), vormen onze meest gebruikte bronnen. Maar voor de opzoekingen maken we ook gebruik van graven, doodsprentjes, geboortekaartjes, familiefoto’s, familieverhalen enz. Soms is er wat creativiteit nodig om personen op te sporen. Zo hebben we erfgenamen in Nederland in een dossier, de we gevonden hebben dankzij de tennisclub waar zij lid van waren.

Eenmaal we met zekerheid weten dat alle erfgenamen gevonden zijn, dan kunnen we ons genealogisch verslag opstellen. 

In België wordt geërfd volgens vier verschillende orden en verschillende graden van verwantschap. Men kan erven tot de vierde graad. Dit betekent dus, dat wanneer iemand overlijdt, er niet verder gekeken kan worden dan de nakomelingen van zijn nonkels en tantes. Alle broers en zussen van de moeder en van de vader moeten opgezocht worden, alsook hun nakomelingen (zonder limiet, dankzij het mecanisme van substitutie). Dit verschilt van Frankrijk, waar men kan erven tot de zesde graad (zonder mecanisme van substitutie). Om de verwantschap te bewijzen tussen een erfgenaam en de cujus, verzamelt de genealoog de akten van de burgerlijke stand die de twee personen met elkaar verbinden. Dankzij deze onderliggende documentatie kan het erfrecht aangetoond worden.

Een mandaat om erfgenamen terug te vinden wordt meestal verleend door een notaris of een advocaat. Maar dat zou ook kunnen door iemand die denkt dat hij erfgenaam is of door een buur die last heeft van het leegstaand huis van de cujus (de overleden persoon). Er moet niet per se een familiale band bestaan tussen de opdrachtgever en de de cujus, het wettelijk belang om een opdracht te geven tot het opsporen van erfgenamen kan ruim geïnterpreteerd worden. Een erfrechtelijke genealoog, zoals Geritance, kan dus in heel veel verschillende instanties gemandateerd worden om genealogische opzoekingen uit te voeren.

De opzoekingstermijnen verschillen van dossier tot dossier. Er zijn nalatenschappen waar er 1 erfgenaam in België teruggevonden wordt en die recht heeft op de volledige nalatenschap. Toch zal ook hier het dossier snel verschillende maanden in beslag nemen, aangezien de genealoog met zekerheid moet bevestigen dat er geen andere erfgenamen zijn. Natuurlijk zullen de termijnen oplopen wanneer het aantal erfgenamen groot is, of wanneer er erfgenamen in het buitenland zijn. Een dossier kan in dat geval langer dan een jaar duren, vooraleer het definitief genealogisch verslag opgesteld wordt.

Indien er iemand overlijdt die in België woonde, zonder dat deze persoon erfgenamen heeft (zelfs geen verre familie in de 4de graad), dan kan de Belgische Staat opkomen als onregelmatige erfopvolger die tot erfloze nalatenschappen wordt geroepen op basis van zijn soevereiniteitsrechten. In andere woorden, dat zal de nalatenschap na 10 jaar (vroeger was dat 30 jaar) aan de Belgische Staat toebehoren. Zouden er gedurende de periode van 10 jaar toch erfgenamen opduiken, dan moet de Staat de nalatenschap aan de erfgenamen overmaken.

Geritance werkt met een uurtarief voor zijn opzoekingen. De totale prijs van het genealogisch onderzoek zal dus afhangen van de complexiteit van het dossier. U mag ons altijd contacteren voor een offerte. In de meeste gevallen wordt deze kost door de nalatenschap betaald, en niet voorgeschoten door de erfgenamen zelf.

Zodra de genealoog zijn verslag heeft ingediend, kan de notaris of curator verder met het dossier. Indien er nog geen notaris is aangesteld, dat zal de genealoog een notaris aanstellen voor de vereffening van de nalatenschap. Als de procedure van inbezitstelling werd opgestart door de Belgische Staat, dan zal via de vroegere administratie van de Domeinen, de nalatenschap opgeeist moeten worden in naam van de erfgenamen. Een nieuwe aangifte van nalatenschap zal worden ingediend bij de bevoegde belastingdienst. de Onroerende goederen zullen worden verkocht, en iedere erfgenaam zal zijn aandeel van de nalatenschap ontvangen. Het aandeel van iedere erfgenaam wordt eveneens berekend door de genealoog. Indien de erfgenamen neven in de vierde graad zijn, dan zal er eerst een kloving zijn tussen vaderlijke- en moederlijke linie. De helft van de nalatenschap gaat naar iedere kant, ook al telt de moederskant 1 erfgenaam en de vaderskant 15.

U moet deze brief niet negeren. U kan altijd bevestiging vragen aan ons kantoor om zeker te zijn dat de brief van bij ons komt of om te controleren dat het van een legitiem genealogisch kantoor komt. Eenmaal ons kantoor bevestigt dat het dossier bij ons actief is of legitiem is, dan kunt u de brief gerust terugsturen.

Door middel van genealogische opzoekingen leren er elk jaar honderden mensen dat ze zullen erven van een neef of nicht in de vierde graad. De meeste erfgenamen kennen de persoon waarvan ze erven niet, maar toch zijn ze geïnteresseerd door hun stamboom en willen ze meer te weten komen over de andere erfgenamen. Familieleden tussen wie het contact verschillende generaties geleden werd verbroken, waarderen het vaak om elkaar opnieuw te ontmoeten.